top of page

Mariadevotie

DSC_2097 (Medium).JPG
Mariadevotie

In artikel 4 van [het tweede deel] onze Constituties, dat uitdrukking geeft aan het eigen charisma van het Instituut, belijden wij dat wij “wezenlijk missionair en mariaal”[i] zijn en verklaren wij dat wij vastbesloten zijn te werken “in de grootste volgzaamheid aan de Heilige Geest en volgens het stempel van Maria”[ii] “om de Menswording in alles te verlengen, waarbij wij een vierde gelofte van mariale slavernij afleggen volgens de Heilige Louis Marie de Montfort”[iii]. “Op zo’n manier dat we kunnen zeggen dat onze spiritualiteit voortkomt uit de Persoon van het Woord en zijn Moeder”[iv].

 

De devotie tot de Moeder van het Mensgeworden Woord wordt dan ook een essentieel en niet-onderhandelbaar element van het Instituut. Want – zoals onze Stichter terecht opmerkt – het is iets dat “niet verloren kan gaan zonder ernstig afbreuk te doen aan ons charisma”[v], en dat bovendien “een eeuwige bron van bovennatuurlijke vruchtbaarheid voor onze kleine Religieuze Familie”[vi] wordt.

Zozeer zelfs dat onze spiritualiteit, “die van het Mensgeworden Woord wil zijn”[vii], “met bijzondere nadruk”[viii] wordt gekenmerkt door toewijding aan Maria “‘in moederlijke slavernij van liefde’ volgens de wijze die bewonderenswaardig wordt uiteengezet door de heilige Louis Marie Grignion de Montfort”[ix] wanneer wij onze vierde gelofte afleggen, “zodat ons hele leven gemarianiseerd wordt”[x].

 

Deze vierde gelofte[xi] houdt enerzijds in, dat wij moedig aan de Moeder Gods alles geven wat wij zijn, alles wat wij hebben “of in de toekomst kunnen hebben, in de orde van de natuur, van de genade en van de heerlijkheid, zonder voorbehoud [...], en dit tot in alle eeuwigheid, en zonder voor ons offer en onze dienst een andere beloning te verwachten dan de eer door Maria en in Maria aan Jezus Christus toe te behoren”[xii]. Anderzijds impliceert het ook dat “het onze wens, onze uitdrukkelijke bedoeling is ons hele leven te marianiseren”.

Voor ons is de volledige toewijding aan Jezus door Maria een “prachtig levensprogramma”[xiii], dat ons in staat stelt de evangelische raden op de meest volmaakte manier te leven. Want “zich toewijden aan Onze Lieve Vrouw is zich door haar laten leiden naar het Hart van Jezus, opdat Christus zich in ons kan vormen[xiv][xv]. “Zij is het volmaakte model van de godgewijde, die elke religieus altijd moet beschouwen en navolgen”[xvi], aldus onze eigen wet[xvii]. Deze devotie tot de Moeder Gods is dus niet een bijkomstigheid of een decoratie, maar is inherent aan het dagelijks leven van elk van de religieuzen van het Instituut. Wij uiten dit, bijvoorbeeld:

- door zo vaak als nodig is, zelfs meerdere keren per dag, onze toewijding aan Onze Lieve Vrouw te vernieuwen;

- door ernaar te streven “apostelen van Maria”[xviii] te zijn, omdat wij ervan overtuigd zijn dat de Mariadevotie een essentieel onderdeel is van de evangelisatie. Daarom is de devotie tot de Maagd Maria van het grootste belang in al onze missies;

- door het dagelijks bidden van de Heilige Rozenkrans en het Angelus; het houden van Mariaprocessies in de volksmissies; het met grote plechtigheid vieren van haar feesten; het dragen van het scapulier van Maria, enz.;

- door te trachten met alle middelen de deugden van onze Hemelse Moeder na te volgen, om dagelijks ons fiat uit te spreken en, zoals zij, altijd beschikbaar te zijn voor Gods wil. Zij is het model van wie wij “volgzaamheid en vlugheid [leren] in het doen van wat de Heilige Geest vraagt, altijd werkend tegen de verleiding van uitstel, tegen de vrees voor opoffering en totale overgave”[xix] en ook leren wij samen met haar aan de voet van het kruis in stilte te lijden en ons leven te geven voor de schapen.

Gezien wij geboren zijn uit het Onbevlekt Hart van Maria, is de devotie tot de Moeder Gods voor ons van wezenlijk belang, als wij trouw willen blijven aan ons charisma, als wij onze zending vruchtbaar willen vervullen. Daarom brengen we Onze Lieve Vrouw, in het bijzonder onder de titel van de Allerzuiverste en Reine Ontvangenis van Luján, naar alle plaatsen waar het Instituut is gevestigd. De Maagd Maria is onze Koningin, zij is onze Moeder, en na Jezus, ons hoogste ideaal en onze grote liefde. 

Daarom zeggen wij in de fundamentele tekst van onze spiritualiteit: “Niet, Jezus of Maria; niet, Maria of Jezus. Niet Jezus zonder Maria, niet Maria zonder Jezus. Niet alleen Jezus, ook Maria. Niet alleen Maria, ook Jezus. Altijd Jezus en Maria. Altijd Maria en Jezus. Tot Maria door Jezus: Zie daar uw moeder (Joh. 19, 27). Tot Jezus door Maria: Doet wat Hij u zeggen zal (Joh. 2, 5). Alles door Jezus en door Maria; met Jezus en met Maria; in Jezus en in Maria; voor Jezus en voor Maria. Kortom, eenvoudigweg: Jezus en Maria. Maria en Jezus. En door Christus, tot de Vader, in de Heilige Geest”[xx].

 

[i] Constituties, 31.

[ii] Ibidem.

[iii] Constituties, 17

[iv] Constituties, 36.

[v] Vgl. P. Carlos Buela, IVE, Juan Pablo Magno, h. 30.

[vi] Ibidem.

[vii] Directorium voor het Godgewijde Leven, 413.

[viii] Directorium van Spiritualiteit, 19.

[ix] Constituties, 83.

[x] Directorium van Spiritualiteit, 19.

[xi] Uitgelegd in onze Constituties, in de paragrafen 82-89.

[xii] Heilige Louis Marie Grignion de Montfort, De ware Godsvrucht, 121.

[xiii] P. Carlos Buela, IVE, Totus tuus ego sum.

[xiv] Gal. 4, 19.

[xv] P. Carlos Buela, IVE, Mi parroquia Cristo Vecino, Apendix, 1, Proloog.

[xvi] Directorium voor het Godgewijde Leven, 410.

[xvii] Noot van de vertaler: “eigen wet” is een minder gewone uitdrukking in het Nederlands; het verwijst naar het geheel van de Constituties, het Directorium van Spiritualiteit en alle andere directoria en bepalingen die aard, doel en praktijk van ons charisma en spiritualiteit verder uitwerken met bindende kracht.

[xviii] Directorium van Spiritualiteit, 307.

[xix] Directorium van Spiritualiteit, 16.

[xx] Directorium van Spiritualiteit, 325.

bottom of page