top of page

De duidelijke Intentie om de Heilige Thomas van Aquino te volgen

st._thomas_aquinas.jpg
De duidelijke Intentie om de Heilige Thomas van Aquino te volgen

De Heilige Johannes Paulus II schreef: “Filosofie is de spiegel die de cultuur van een volk weerkaatst”[i]. Daarom is de studie van de filosofie voor ons – die specifiek toegewijd zijn aan de evangelisatie van de cultuur[ii] – van een bijzondere en eminente relevantie. Hierop wordt gewezen in onze Constituties, waar wij lezen dat “filosofie datgene is wat ons leidt naar een diepere kennis en interpretatie van de persoon, van zijn vrijheid, van zijn betrekkingen met de wereld en met God [...] tegenover een culturele situatie die het subjectivisme verheft tot criterium en maatstaf van de waarheid”[iii]. Het is dus aan ons, religieuzen en missionarissen van het Mensgeworden Woord, om een “zekerheid van de waarheid” te hebben, die alleen gegeven wordt door een gezonde metafysica en die gebaseerd is op de objectieve werkelijkheid der dingen[iv].

In navolging van de Pausen, de richtlijnen van het Tweede Vaticaans Concilie en het huidige Wetboek van Canoniek Recht, die een bevoorrechte plaats hebben toegekend aan de leer van de Doctor Angelicus (‘Engelachtige Leraar’), is het daarom onze duidelijke bedoeling om de Heilige Thomas van Aquino te volgen. ; want dit is wat het specifieke doel van het Instituut van ons vraagt, omdat we alleen op deze manier in staat zullen zijn om onder de elementen van een bepaalde cultuur te onderscheiden wat overeenkomt met en kan worden aangenomen door het Evangelie, om het te accepteren; en wat niet, om het te verwerpen. Dit houdt ook een actief oordeel in over het menselijk denken en over het Thomisme zelf in relatie tot het moderne denken.

Daarom is onze intellectuele en filosofische vorming duidelijk en bewust Thomistisch, zoals de Kerk opdraagt[v] en zoals de zeer waardige taak van “het incultureren van het Evangelie”[vi] vereist. Want het is “vanuit de filosofie van het zijn dat de mens zijn ware basis kan vinden die het zijn is, zijn uiteindelijke doel kan vinden dat het wezenlijk Zijn is en ook zijn diepte kan vinden die de vrijheid is.; en op deze manier, de ware culturele waarden te ontdekken”[vii].

In die zin schreef de Eerbiedwaardige Aartsbisschop Fulton Sheen: “Het is slechts toeval dat de Heilige Thomas tot de 13e eeuw behoort. Zijn denken is niet méér beperkt tot die periode van de menselijke geschiedenis dan de tafels van vermenigvuldiging beperkt zijn tot het verleden. De waarheid is eeuwig, ook al is de verbale uitdrukking ervan gelokaliseerd in tijd en ruimte. Als noodzaak een realiteit creëert, dan was de Heilige Thomas nooit werkelijker dan nu. Als de werkelijkheid de moderniteit maakt, dan is de Heilige Thomas de prins van de moderne filosofen. Als een progressief universum een hedendaags ideaal is, dan is de filosofie van de Heilige Thomas de grootste verwezenlijking ervan. Het moderne idealisme heeft het complement van zijn realisme nodig; het empirisme heeft zijn transcendentale beginselen nodig; het filosofisch biologisme zijn metafysica; de sociologische moraal zijn ethiek; het sentimentalisme zijn theorie van de intelligentie; en de wereld heeft de God nodig die hij kende, liefhad en aanbad”[viii].

De Heilige Thomas werpt dus een eeuwig licht op alle onderwerpen die de mens en de menselijke aangelegenheden raken. Zijn denken “is bedoeld als de krachtigste uitdrukking van de mogelijkheden van de rede in haar taak van fundering voor wetenschap en geloof”[ix]. Zijn metafysica is, zoals de Heilige Paulus VI terecht opmerkte, de natuurlijke metafysica van de menselijke intelligentie. Werkelijk, “het bezit een blijvende geschiktheid om de menselijke geest te leiden in zijn zoektocht naar de waarheid, naar de waarheid van het werkelijke zijn, dat zijn eigenlijke en eerste object is, en naar de eerste beginselen, totdat het zijn transcendente oorzaak ontdekt, die God is. In dit opzicht ontsnapt zij aan de particuliere historische situatie van de denker die haar heeft geëxciteerd en geïllustreerd als de natuurlijke metafysica van de menselijke intelligentie [...] Bovendien ‘weerspiegelt zij de essenties van de werkelijk bestaande dingen in hun zekere en onveranderlijke waarheid, en is zij noch middeleeuws, noch eigen aan een bepaalde natie; maar overstijgt tijd en ruimte, en is daarom niet minder geldig voor de mensen van vandaag’”[x]. De Heilige Kerkleraar wordt terecht “de man van alle uren, homo omnium horarum”[xi] genoemd.

Daarom is er voor ons geen plaats voor een gepopulariseerd schoolboek-Thomisme, zoals dat gebeurt bij hen die ‘iets’ weten, meestal vluchtig en oppervlakkig, en bijna altijd doordrenkt met formalistische of essentialistische scholastiek, die esse veranderen in existentia en waaruit de formalistische of essentialistische ‘spiritualiteiten’ en ‘pastoralen’ voortkwamen, zonder enig houvast en zonder zich vast te bijten in de werkelijkheid[xii]. Integendeel, wij streven ernaar een authentiek metafysische intelligentie te verwerven, die onze religieuzen in staat zal stellen de werkelijkheid te kennen, om precieze diagnoses te stellen en de juiste remedies toe te passen. Dat wil zeggen, het is ons doel een metafysica te verwerven die zich in de werkelijkheid vastbijt, en die zich vervolgens presenteert ten bate van de zielen en van de wereld, en die, juist omdat zij objectief en realistisch is, ‘tanden heeft’.

Daarom nodigt de eigen wet ons nadrukkelijk uit om “de handboek-methode te overstijgen door voortdurend onze toevlucht te nemen tot het lezen van de grote filosofische werken van de oudheid; met een levend Thomisme, dat inhoudt: direct contact met de Aquinaat zelf, in zijn voornaamste en secundaire werken, om zo het authentieke denken van de Heilige Thomas te bereiken tot het punt dat we in staat zijn om vanuit dit denken de dialoog en de polemiek aan te gaan met hedendaagse problemen en denkers. Een levend Thomisme dat tegenover een formalistisch en gefossiliseerd Thomisme staat en dat Pater Cornelius Fabro het ‘essentiële Thomisme’[xiii] noemt”[xiv].

Wij doen dit “door het lezen van de grote commentatoren van de Heilige Thomas”[xv], onder wie ons eigen recht expliciet Pater Cornelius Fabro noemt, met het argument dat hij belangrijker is dan alle commentatoren uit het verleden “in zoverre hij van allen kennis heeft en in het bezit is van authentieke teksten en meer geavanceerde historische studies van de Aquinaat, die hem in zuiverder contact brengen met de oorspronkelijke gedachte van de Angelicus”[xvi]. En ook “door de studie van de moderne filosofie: want het is op de vragen en kwesties van moderne auteurs dat wij moeten antwoorden. In het bijzonder is het van wezenlijk belang het denken van Kant en Hegel kritisch te kennen”[xvii].

Daarom hebben wij in verschillende Algemene Kapittels van het Instituut[xviii], in overeenstemming met de gedachte van onze Stichter en ons eigen recht, onze duidelijke intentie benadrukt - als een element dat verbonden is met het niet-onderhandelbare charisma - om de Heilige Thomas te volgen en in dit kader ook Pater Cornelius Fabro, die naar onze mening “de meest diepgaande geleerde van de Heilige Thomas aller tijden”[xix] is.

Eenvoudigweg omdat de filosofie van de Heilige Thomas de Zijnsfilosofie is, dat wil zeggen van het ‘actus essendi’, waarvan de transcendentale waarde de meest directe weg is om te komen tot de kennis van het zelfstandig-staande Zijn en de zuivere Akt die God is. Dus wij, die leerlingen zijn van het Mensgeworden Woord dat zich op een dag aan de Apostelen presenteerde met de woorden Ik ben[xx], zo willen wij priesters, religieuzen en missionarissen van het ‘zijn’ zijn.

 

[i] Vgl. Fides et Ratio, 103.

[ii] Constituties, 26.

[iii] Pastores Dabo Vobis, 52.

[iv] Vgl. Constituties, 220.

[v] Vgl. Aantekeningen van het V Generaal Kapittel, 5.

[vi] Constituties, 5.

[vii] Vgl. Directorium voor de Evangelisatie van de Cultuur, 11.

[viii] God and Intelligence, Proloog.

[ix] C. Fabro, “Santo Tomás frente al desafío del pensamiento moderno”, en AA.VV., Las razones del tomismo, Pamplona, EUNSA, 1980, p. 43.

[x] Heilige Paulus VI, Toespraak tot het Internationaal Thomistisch Congres, 13-9-1965, in AAS 57 (1965), p. 788-792; de arcering is toegevoegd. Het ingevoegd citaat is van Heilige Paulus VI, Brief aan P. A. Fernández, Generaal Overste van de Predikheren, 7-3-1964; AAS 56 (1964), p. 303-304.

[xi] Ibidem.

[xii] P. Carlos Buela, IVE, El arte del Padre, Deel III, h. 4.

[xiii] Directorium voor de Intellectuele Vorming, 56; op. cit. “Por un tomismo esencial”, in AA.VV., Las razones del Tomismo, Pamplona 1980. “Un ‘tomismo essenziale’ e un tomismo che non ha carattere semplicemente storico ma è, anzitutto ed eminentemente, un tomismo speculativo che deve sapersi approfondire e radicalizzare tenendo conto anche delle esigenze legittime del pensiero moderno”. Vgl. A. Dalledonne, Il tomismo essenziale nell’esegesi “intensiva” di Cornelio Fabro, in Renovatio, XVI, 1981, p. 118.

[xiv] Directorium voor de Intellectuele Vorming, 56.

[xv] Ibidem.

[xvi] Ibidem.

[xvii] Ibidem.

[xviii] Vgl. Aantekeningen van het V Generaal Kapittel, 5 en Aantekeningen van het VII Generaal Kapittel, 21 en 104.

[xix] P. Carlos Buela, IVE, El arte del Padre, Deel III, h. 4.

[xx] Mat. 14, 27.

bottom of page