top of page

Volgzaamheid aan het Leergezag 

piazza_san_pietro_statue - Copy.jpg
Volgzaamheid aan het Leergezag

Omdat het Instituut in de Katholieke Kerk is ontstaan en van de Katholieke Kerk en voor de Katholieke Kerk is, worden de leden van het Instituut van het Mensgeworden Woord voor de Kerk gevormd.

Hieruit volgt dat een religieus van het Mensgeworden Woord “in de Opperste Pontifex de eerste en hoogste autoriteit erkent en hem niet alleen gehoorzaamheid, maar ook trouw, kinderlijke onderdanigheid, aanhankelijkheid en beschikbaarheid voor de dienst van de universele Kerk belijdt”[i]. Hij heeft zichzelf verloochend aan de voeten van de Kerk[ii] en wil dat niemand hem overtreft “in onderdanigheid en liefde voor de Paus en de Bisschoppen, die de Heilige Geest heeft gegeven om de Kerk van God te besturen”[iii].

In die zin bepalen onze Constituties - en dat kan ook niet anders - dat ons specifieke doel, de evangelisatie van de cultuur, moet worden verwezenlijkt “in overeenstemming met de leer van het Leergezag van de Kerk”[iv]. En hieruit vloeit het niet-onderhandelbare element voort dat verbonden is met het charisma, namelijk de “volgzaamheid aan het levende Leergezag van de Kerk van alle tijden”[v]. Want wij zoeken in de schat van het Leergezag van de Kerk de vastheid, de zuiverheid en de directe norm van het geloof, die de sublieme taak van de evangelisatie vereist.

Daarom achten wij het van fundamenteel belang dat onze religieuzen worden gevoed met de woorden van het geloof en de goede leer[vi], in de eerste plaats door “liefdevolle kennis van en biddende vertrouwdheid met het Woord van God”[vii], waardoor zij “heilige vertrouwdheid met het Mensgeworden Woord”[viii] zullen verwerven; ook dat zij worden gevormd in de “striktste trouw aan het hoogste Leergezag van de Kerk van alle tijden”[ix], degelijk onderwezen in een gezonde theologie - die “uit het geloof voortkomt en tot het geloof tracht te leiden”[x] -, gebaseerd op “een grondige kennis van de filosofie van het zijn”[xi].

Wij zijn ervan overtuigd dat een ware evangelisatie van de cultuur niet kan geschieden - of zelfs maar denkbaar is - zonder trouw aan het Leergezag van Petrus en de daarmee verbonden Bisschoppen, hetgeen blijkt uit de ontelbare aanhalingen uit de teksten van het Leergezag in het eigen recht. Want het “Leergezag is niet iets wat buiten de christelijke waarheid staat of over het geloof heen gelegd wordt; het is veeleer iets dat voortkomt uit de economie van het geloof zelf, aangezien het Leergezag, in zijn dienst aan het Woord van God, een instelling is die Christus positief gewild heeft als een constitutief element van de Kerk”[xii].

In feite schrijven onze Constituties als fundamentele elementen voor het bereiken van ons specifieke doel in de Kerk, namelijk culturen te doordringen van het Evangelie, niet alleen de onderrichtingen voor van de Pastorale Constitutie over de Kerk in de moderne wereld Gaudium et Spes van het Tweede Vaticaans Concilie, maar ook de Apostolische Exhortaties Evangelii nuntiandi en Catechesi tradendae, de toespraak van de Heilige Paus Johannes Paulus II tot de UNESCO en andere over hetzelfde onderwerp, het Document van Puebla, de Encycliek Slavorum Apostoli, de Encycliek Redemptoris missio, de Post-Synodale Apostolische Exhortatie Pastores dabo vobis, n. 55; en alle toekomstige richtlijnen, oriëntaties en onderrichtingen van het gewone Leergezag van de Kerk die gegeven kunnen worden over het specifieke doel van onze kleine Religieuze Familie[xiii].

Uit liefde voor Christus en zijn Mystiek Lichaam wijden wij, de religieuzen van het Instituut, ons “geestelijk leven aan het welzijn van de hele Kerk”[xiv] en wijden ons aan “het werk volgens de kracht en de vorm van onze roeping, hetzij door gebed, hetzij door apostolisch werk, opdat het Rijk van Christus gevestigd en bevestigd wordt in de zielen en verspreid over de hele wereld”[xv]. En zo voelen en handelen wij “altijd met haar mee, in overeenstemming met de leer en de normen van het Leergezag van Petrus en van de herders in gemeenschap met hem”[xvi], omdat wij ons geroepen weten getuigen te zijn van de kerkelijke gemeenschap (sentire cum Ecclesia) door ons “met geest en hart aan te sluiten bij het Leergezag van de Bisschoppen, dit trouw te beleven en er duidelijk getuigenis van af te leggen ten overstaan van Gods Volk”[xvii]

Toegewijd aan het volledig beleven van het mysterie van de Menswording van het Woord, heeft onze intellectuele vorming de studie van de waarheid tot doel, en het is juist het levende Leergezag van de Kerk dat een van de bronnen is waaruit wij onze dorst naar waarheid putten, aangezien - zoals in de eigen wet[xviii] staat – “het leergezag kan spreken over ‘de waarheid die Christus is’”[xix]. Onze vorming geschiedt immers in het volle kerkelijke bewustzijn en zorg, in volledige gehoorzaamheid aan de opvolger van Petrus, met oprecht respect voor zijn Leergezag en in trouw aan de Heilige Stoel. In die zin is het altijd de bedoeling geweest de leden van het Instituut naar de Eeuwige Stad te zenden om er hun studies te verrichten, juist om van dag tot dag getuigen te zijn van de levende traditie van het geloof zoals dat door de Stoel van Petrus is verkondigd[xx]. Dit alles is altijd een onderscheidend teken geweest van onze Religieuze Familie.

Kortom, onze vorming, die gericht is op de sublieme kennis van het Mensgeworden Woord, kan niet anders dan “geschieden met geloof en ‘in de Kerk’[xxi], in strikte trouw aan haar Leergezag”[xxii].

Anders handelen zou niet alleen ingaan tegen ons eigen charisma, maar ook tegen de reden waarom wij religieus zijn.

 

[i] Constituties, 271.

[ii] Constituties, 76.

[iii] Ibidem; op. cit. Heilige Lodewijk Orione, Carta sobre la obediencia a los religiosos de la Pequeña Obra de la Divina Providencia, Epifanie 1935, Brieven van Don Orione, Ed. Pío XII, Mar del Plata 1952.

[iv] Vgl. Constituties, 5.

[v] Aantekeningen van het V Generaal Kapittel, 4.

[vi] 1 Tim. 4, 6.

[vii] Directorium voor Intellectuele Vorming, 41.

[viii] Constituties, 231.

[ix] Constituties, 222.

[x] Directorium voor Intellectuele Vorming, 44.

[xi] Constituties, 227.

[xii] Directorium voor Intellectuele Vorming, 43; op. cit. Donum veritatis, Instructie over de kerkelijke roeping van de theoloog, 14.

[xiii] Constituties, 27.

[xiv] Directorium voor het Godgewijde Leven, 24.

[xv] Vgl. Ibidem.

[xvi] Directorium voor het Godgewijde Leven, 25.

[xvii] Vgl. Directorium voor het Godgewijde Leven, 25.

[xviii] Noot van de vertaler: “eigen wet” is een minder gewone uitdrukking in het Nederlands; het verwijst naar het geheel van de Constituties, het Directorium van Spiritualiteit en alle andere directoria en bepalingen die aard, doel en praktijk van ons charisma en spiritualiteit verder uitwerken met bindende kracht.

[xix] Vgl. Directorium voor de Intellectuele Vorming, 2; op. cit. vgl. Dignitatis Humanae, 14.

[xx] Vgl. Constituties, 265.

[xxi] Heilige Johannes Paulus II, Toespraak tot Internationale Raad van Maria groepen, 17 september 1979.

[xxii] Directorium voor de Grootseminaries, 340.

bottom of page