top of page

Geest van Vreugde

JINERNATIONALJPROV.NEUROPE (22).JPG
Geest van Vreugde

De leden van het Instituut van het Mensgeworden Woord willen zich kenmerken en onderscheiden door te leven in “aanstekelijke vreugde”[i]. Die vreugde is “vrucht van de heilige Geest en gevolg van de naastenliefde”[ii] en ontstaat als we bedenken dat “God oneindige vreugde is”[iii]. Dit is het goede nieuws, de grote vreugde[iv] - een gevolg van de Menswording - die wij met ons leven aan de hele wereld willen verkondigen.  Dit is onze verkondiging: dat met de komst in de wereld van het Woord dat mens is geworden en onder ons heeft gewoond “waarheid boven leugen gaat, goed boven kwaad, schoonheid boven lelijkheid, liefde boven haat, vrede boven oorlog, barmhartigheid boven wraak, leven boven dood, genade boven zonde, en tenslotte het zijn boven het niets, de Maagd boven Satan, Christus boven de Antichrist en God boven alles”[v].

Daarom willen de leden van het Instituut van het Mensgeworden Woord “proberen de essentie te leven van het Koninkrijk dat Jezus Christus op aarde is komen inwijden: Het Koninkrijk van God... is gerechtigheid, vrede en vreugde door de heilige Geest (Rom. 14,17)”[vi]. Dat wil zeggen dat wij met alle middelen trachten te bewerkstelligen dat “niemand gestoord of bedroefd wordt in het huis van God” en dat wij met geduld de zwakheden, zowel lichamelijk als geestelijk, van onze broeders trachten te verdragen; dat wij eerder het welzijn van anderen dan dat van onszelf nastreven; kortom, dat wij een oprechte broederlijke liefde beoefenen. Want wij zijn ervan overtuigd dat er zonder naastenliefde geen echte vreugde kan zijn. En “een broederschap zonder vreugde is een broederschap die uitdooft”[vii].

 

“De vreugde is het gigantische geheim van de christen”[viii] en dat is ook ons openlijke geheim. Op een bijzondere manier is het Paasmysterie van onze Heer een onuitputtelijke bron van spiritualiteit. Zijn lijdensweg, zijn dood, zijn afdaling in de hel en zijn verrijzenis verlichten ons leven[ix]. Daarom is de vreugde een essentieel element van de christelijke spiritualiteit, en het is ook een essentieel element van onze spiritualiteit[x]. Daarom ook vragen wij God voortdurend om ons de genade te geven “specialisten te zijn in de wijsheid van het kruis, in de liefde van het kruis en in de vreugde van het kruis”[xi]; in het bewustzijn dat het lijden van het kruis de noodzakelijke en onontkoombare voorwaarde is voor de heerlijkheid van de verrijzenis. Jezus bedroog ons niet, Hij vertelde het ons duidelijk: Gij zult bedroefd zijn, maar uw droefenis zal in vreugde verkeren[xii] en Hij verzekerde ons: Ik zal u weerzien, uw hart zal zich verheugen en uw vreugde zal niemand u kunnen ontnemen[xiii]. Want de ware vreugde, de serene en diepe vreugde die voortduurt ondanks moeilijkheden en zelfs “in het lijden”[xiv], is juist die welke geboren is uit het kruis[xv]: “het kruis van de nederigheid van het verstand tegenover het mysterie; het kruis van de wil in de trouwe vervulling van de hele zedelijke, natuurlijke en geopenbaarde wet; het kruis van de eigen plichten, soms zwaar en onbeloond; het kruis van het geduld in ziekte en in de moeilijkheden van elke dag; het kruis van de onvermoeibare inzet om aan zijn roeping te beantwoorden; en het kruis van de strijd tegen de hartstochten en tegen het sluimerende kwaad”[xvi].

Welnu, als “alleen hij verheugt waarlijk zich, die zich verheugt in de liefde: ‘Waar de naastenliefde zich verheugt, daar is feest’[xvii]. Oftewel, voor een lid van het Instituut is er geen grotere reden voor de vreugde dan de Verrijzenis van de Heer, want zijn triomf is onze triomf, zijn overwinning is onze overwinning”[xviii]. Daarom is het zeer karakteristiek voor ons om “de grote plechtigheden passend te vieren, vooral het Paasoctaaf, de zondagen, de dagen van de Apostelen en van Onze Lieve Vrouw”[xix].

 

Bovendien hebben wij in onze communiteiten wekelijks “een klein feest, namelijk de recreatie”[xx] en wij moeten zeggen dat, in onze nederige ervaring, ons getuigenis van gemeenschapsvreugde een enorme aantrekkingskracht tot het religieuze leven heeft uitgeoefend en nog steeds uitoefent; het is zelfs een bron van nieuwe roepingen en een steun voor onze volharding[xxi].

Daarom weten wij, zelfs als wij in tranen moeten zaaien, omdat onze vreugde “geestelijk en bovennatuurlijk”[xxii] is, dat wij “ons altijd en in alles ons moeten verheugen”[xxiii] en de vreugde van het evangeliseren moeten bewaren en cultiveren[xxiv]. Want uiteindelijk zijn wij “volgelingen van de Verrezene”[xxv]. En uiteindelijk is er in het leven “maar ‘één droefheid, namelijk die van het niet heilig zijn’[xxvi][xxvii].

 

[i] Constituties, 231.

[ii] Ibidem, 95.

[iii] Directorium van Spiritualiteit, 210; op. cit. Heilige Theresia van de Andes, Brieven, 101.

[iv] Luc. 2, 10.

[v] Directorium van Spiritualiteit, 210.

[vi] Constituties, 93.

[vii] Directorium voor het Gemeenschappelijk Leven, 40.

[viii] Directorium van Spiritualiteit, 204, het citaat is van G.K. Chesterton.

[ix] Vgl. Constituties, 42.

[x] Vgl. Ibidem, 203.

[xi] Ibidem.

[xii] Joh. 16, 20.

[xiii] Joh. 16, 22.

[xiv] Directorium van Spiritualiteit, 207.

[xv] Vgl. Directorium van Spiritualiteit, 145.

[xvi] Ibidem, 142.

[xvii] Citaat van Heilige Johannes van het Kruis in Josef Pieper, Una teoría de la fiesta, Madrid 1974, 33.

[xviii] Ibidem, 212.

[xix] Ibidem.

[xx] Ibidem, 213.

[xxi] Vgl. Directorium voor het Gemeenschappelijke Leven, 41.

[xxii] Ibidem, 204.

[xxiii] Ibidem, 205.

[xxiv] Directorium voor de Missies Ad Gentes, 144; op. cit. vgl. Evangelii Nuntiandi, 80.

[xxv] Directorium van Spiritualiteit, 208.

[xxvi] León Bloy, La mujer pobre, II, 27.

[xxvii] Gaudete et Exultate, 34.

bottom of page