top of page

Een Uitgesproken Eucharistische Devotie

53267512706_24fcc37456_c.jpg
Een Uitgesproken Eucharistische Devotie

Omdat de evangelisatie van de cultuur, dat wil zeggen, het werken om haar in Christus[i] en voor Christus[ii] te veranderen, de specifieke doelstelling van onze Religieuze Familie is, en omdat we ervan overtuigd zijn dat “onze arme adem enkel vruchtbaar en onweerstaanbaar is als ze verenigd is met de wind van Pinksteren”[iii] hebben de leden van het Instituut van het Mensgeworden Woord de edele taak “Jezus Christus te beminnen en te dienen en Hem bemind en gediend te laten worden… Zowel in het fysieke Lichaam van Christus in de Eucharistie als in het mystieke Lichaam van Christus dat de Kerk is”[iv], aangezien Christus in de Eucharistie de bron, het centrum, de schepper en wezenlijke uitdrukking van de christelijke cultuur is[v]. Eveneens is de Heilige Eucharistie de bron en de scheppende kracht van eenheid tussen de leden van de Kerk[vi].

Ons geroepen wetend om “andere Christussen”[vii] te zijn en erkennend dat men dit niet bereikt zonder familiariteit met het Mensgeworden Woord[viii] verscholen onder de sacramentele sluier, voelen we ons gedrongen tot onophoudelijk gebed en aanbidding[ix]. Daarom aanbidt men het Allerheiligste Sacrament in onze gemeenschappen dagelijks gedurende een uur, in het bewustzijn dat dit niet alleen de meest heilige en rechtvaardige daad[x] is die we kunnen verrichten, maar ook omdat we ervan overtuigd zijn dat “een enkel moment van werkelijke aanbidding meer waarde heeft en geestelijke vrucht draagt dan de meest intense activiteit, zelfs als het de apostolische activiteit zelf zou betreffen”[xi].

Zodoende vraagt deze meest prachtige Christus gecentreerde en Eucharistische spiritualiteit die ons kenmerkt, een authentieke liturgische onderrichting tot een “volledige, bewuste en actieve”[xii] deelname aan de Eucharistie. Dit is een aspect dat zich expliciet toont in de vorming die we ontvangen en geven in onze vormingshuizen, daar we vinden dat “de viering van de Eucharistie [een] ‘wezenlijk belang’ heeft in de geestelijke vorming van onze seminaristen[xiii], en het ‘wezenlijke moment van hun dag’[xiv] is”[xv]. We zijn hier dusdanig van overtuigd dat we hebben kunnen zeggen: “het Seminarie is de H. Mis”.

Voor ons “is het deelnemen aan het Heilige Misoffer het voornaamste, het belangrijkste dat we iedere dag moeten doen”[xvi] en zodoende “is de Mis in alle huizen van ons Instituut het centrum van ons leven, de zon die het innerlijke leven, het apostolaat, het werk en iedere activiteit verlicht”[xvii]. In deze zin lijkt het dat we nooit genoeg kunnen aandringen op het feit dat het onze priesters behoort om “meesters te zijn in de ars celebrandi, en onze seminaristen, broeders, etc. [behoort het] zich van hun kant in te zetten om op de meest volmaakte wijze de ars participandi te leven”[xviii].

Meer nog, zoals “de individuele inspanningen of [de inspanningen] van een bepaalde generatie niet volstaan in de taak van de Evangelisatie van de cultuur, maar er een grote beweging nodig is die toeneemt in reikwijdte en diepgang”[xix], denken we dat de Eucharistie naast dat ze “het diepste fundament van onze eenheid als Religieuze Familie”[xx] vormt, ons tot de missie aanzet en Zijzelf het centrum van ons pastoraal werk wordt.

Dat wil zeggen dat de Eucharistie niet alleen bron van liefde is, maar in zekere zin het doel van al ons apostolaat [is]. Bijgevolg hebben al onze apostolische activiteiten – kampen, oratoria, educatief apostolaat, pelgrimstochten, jongerengroepen, volksmissies, etc. – een uitgesproken Eucharistische devotie als wezenlijk element, of zijn daar tenminste op gericht.

Omdat de Heilige Eucharistie dus de “voltooiing van het geestelijke leven en het doel van alle sacramenten”[xxi] is, zijn alle leden van ons Instituut “bereid om naar welk deel van de aarde dan ook te gaan, waar het nodig is het Evangelie te verkondigen en de Eucharistie te vieren”[xxii]; teneinde in iedere omgeving – de gezinnen, de lekenbewegingen, de parochies en bovenal in de onderwijscentra (in het bijzonder de seminaries en universiteiten), de centra van het wetenschappelijke onderzoek – en de communicatiemiddelen – een authentiek pastoraal werk van heiligheid aan te bieden en te bevorderen die het primaat van de genade onderstreept en die de zondagse Eucharistie als centrum heeft[xxiii].

Daar waar onze missionarissen de pastorale zorg over een parochie dragen – zij het midden in het oerwoud, zij het in landelijke gebieden of in de grote wereldsteden – werken zij met vastberaden inzet “opdat de Heilige Eucharistie het middelpunt is van het parochiële samenzijn van de gelovigen”[xxiv] en “de christengelovigen door het vroom vieren van de sacramenten gevoed worden, en in het bijzonder dat zij veelvuldig tot de sacramenten van de Allerheiligste Eucharistie en Verzoening naderen”[xxv], terwijl ze tevens de eredienst van de Eucharistie bevorderen door de Eucharistische uitstelling om door allen aanbeden te worden.

De plechtige Eucharistieviering op zondagen en de voorgeschreven hoogfeesten, de Eucharistische processies met de desbetreffende “Eucharistische dialoog”, de zorg voor de liturgische paramenten etc. zijn niets anders dan uitdrukkingen van de uitgesproken Eucharistische devotie die ons tekent en waardoor wij ons willen onderscheiden. Want het zal altijd zo zijn dat “het geestelijk algemeen goed van geheel de Kerk ‘namelijk Christus’[xxvi] substantieel in de Eucharistie  bevat is[xxvii]”[xxviii].

Wie deelneemt aan de Missen gevierd door de leden van het Instituut, bemerkt “een stijl van de liturgische vieringen waarin het Woord zich incarneert en waarin Hij – op sacramentele wijze – geïncarneerd blijkt, waarin de voornaamste aanwezigheid en de handeling van de voornaamste Priester – Christus zelf – benadrukt wordt, en waarin men de wezenlijke houding van de onderschikte priester waarneemt: de biddende houding – eigen aan hem die zich enkel een instrument en een gebrekkig instrument weet, ondergeschikt aan de hoofdoorzaak en haar doelstellingen – en waarin alle zichtbare elementen bijdragen tot de schitterende kennis van het Onzichtbare”[xxix].

Kortom: we weten dat “de logica van de Menswording haar uiterste gevolgen bereikt in de Eucharistie”[xxx] en dat we in Haar het licht, de kracht en de noodzakelijke inspiratie vinden om de enorme klus van de Nieuwe Evangelisatie die ons te wachten staat te volbrengen[xxxi]. Daarom is de devotie tot het Mensgeworden Woord, aanwezig in de Eucharistie, zondermeer een niet-onderhandelbaar element ingesloten in het Charisma van het Instituut van het Mensgeworden Woord en de “springplank” vanwaar we ons in het wonderbare avontuur werpen het Evangelie te incultureren.

 

[i] Vgl. Directorium van Spiritualiteit, 122.

[ii] Vgl. Constituties, 13.

[iii] Constituties, 18.

[iv] Constituties, 7.

[v] Vgl. Directorium voor de Evangelisatie van de Cultuur, 244.

[vi] Directorium van Spiritualiteit, 294.

[vii] Constituties, 7.

[viii] Constituties, 231.

[ix] Vgl. Directorium voor het Godgewijde Leven, 226.

[x] Vgl. Constituties, 139.

[xi] Constituties, 22.

[xii] Sacrosanctum Concilium, 48

[xiii] Vgl. Pastores Dabo Vobis, 48

[xiv] Vgl. Ibidem.

[xv] Directorium voor Kleinseminaries, 224.

[xvi] Constituties, 137.

[xvii] Directorium voor Kleinseminaries, 224.

[xviii] Vgl. P. Carlos Buela, IVE, Ars Participandi, H. 1.

[xix] Constituties, 268.

[xx] Directorium voor Spiritualiteit, 300.

[xxi] Heilige Thomas van Aquino, S. Th. III, 73,3; geciteerd in het Directorium voor het Liturgische Leven, 8.

[xxii] P. Carlos Buela, IVE, Sacerdotes para siempre, deel II, H. 3, 12.

[xxiii] Vgl. Directorium voor de Evangelisatie van de cultuur, 243-244.

[xxiv] Directorium voor Parochies, 59; Vgl. CIC, c. 528 § 2.

[xxv] Ibidem.

[xxvi] Heilige Thomas van Aquino, S. Th. III, 79, 1. corpus.

[xxvii] Vgl. Heilige Thomas van Aquino, S. Th. III, 65, 3, ad. 1.

[xxviii] Directorium voor het Liturgische Leven, 6.

[xxix] Vgl. Ibidem, 2.

[xxx] Heilige Johannes Paulus II, zondagse toespraak (19-07-1981), 2; Osservatore Romano (26-07-1981), 2.

[xxxi] Directorium van Spiritualiteit, voetnoot 385; op. cit. Heilige Johannes Paulus II, Bericht tijdens het vijfde eeuwfeest van de Eerste Mis in Amerika (12-02-1993); Osservatore Romano (14-01-1994), 9.

bottom of page