top of page

Zich vastbijten in de werkelijkheid

53271887995_9e63b38142_c.jpg
Zich vastbijten in de werkelijkheid

Met de uitdrukking “zich vastbijten in de werkelijkheid”[i] bedoelen wij de daadwerkelijke inmenging van ons apostolisch werk in de cultuur die wij trachten te evangeliseren. Dit aspect is ongetwijfeld een van de wezenlijke bestanddelen van onze evangeliserende taak en datgene wat ons priesterambt een eigen karakter geeft.

  • In de eerste plaats wordt dit “zich vastbijten in de werkelijkheid” geboren en gevoed door een juiste beschouwing van het mysterie van het Mensgeworden Woord en de trouw daaraan, zonder welke al ons pastoraal werk onvermijdelijk tot een volledige mislukking zou vervallen.

Wij zijn er juist van overtuigd - en de ervaring heeft het ons geleerd - dat het de vertrouwdheid met het vleesgeworden Woord is - gevoed en vermeerderd in het leven van gebed - die ons “dat christelijk gezond verstand”[ii] geeft, dat bijzondere vermogen om de tekenen van het Mensgeworden Woord te interpreteren, vrij van alle wereldse pretentie. Het is deze vertrouwdheid met het vleesgeworden Woord - en wij zeggen dit met nederigheid en dankbaarheid - die ons een bijzondere “gevoeligheid” geeft voor de culturele stromingen van de tijd, voor de specifieke behoeften van de missie, voor de problemen van de wereld van vandaag en zijn stromingen. Zij stelt  ons in staat een vruchtbare dialoog aan te gaan met de culturen[iii] die wij geroepen zijn te evangeliseren, wetend hoe wij een positief antwoord kunnen geven in het licht van het Evangelie; wetend hoe de verschillende manieren waarop God met de mensen wil communiceren, te schatten en te waarderen en, kortom, wetend hoe we ons doeltreffend kunnen inzetten waar we apostolisch werk verrichten, want het zal altijd waar zijn dat “ware inculturatie van binnenuit komt door een vernieuwing van het leven onder invloed van de genade”[iv]. Het is verre van ons “de huidige cultuur te omhelzen zonder haar met het Evangelie te doordringen”[v]. Dan zouden wij immers onze zending verraden, die de zending is van de Kerk: alles wat menselijk is op zich nemen door haar het evangelie van Jezus Christus, het leven van de genade, over te brengen.

Juist dit binnentreden in de werkelijkheid, met als middelpunt het mysterie van het Mensgeworden Woord, betekent dat niets authentiek menselijks ons vreemd is, en dat wij het trachten aan te nemen om er het goddelijke aan mee te delen, in de wetenschap dat “wat niet wordt aangenomen, niet wordt verlost”[vi]... en dat daarom het Woord een volmaakte menselijke natuur aannam.

Dit niet-onderhandelbare element komt tot uiting in verschillende aspecten van ons religieuze leven. Zo is ons vormingsplan erop gericht het Mensgeworden Woord te graveren in de geesten en harten van onze leden die vorming ontvangen, zodat hun leven “een levende herinnering is aan de wijze waarop Jezus, het Mensgeworden Woord, leefde en handelde”[vii]. Met andere woorden, het Instituut bevordert een vorming die van onze religieuzen priesters maakt die, door het verhevene licht van het geloof dat de menselijke werkelijkheid verlicht, in staat zijn met moed “zich in de werkelijkheid vast te bijten”. Dat wil zeggen, die in absolute trouw aan Jezus Christus[viii] en met een “serieuze (niet slappe) spiritualiteit”[ix] niet vervallen in aanmatiging, praalzucht, valse mystiek, uiterlijkheden, papperigheid of vals piëtisme, maar in staat zijn het louter zintuiglijke te overstijgen en bereid zijn de donkere nachten te doorstaan. Want alleen zo zullen onze religieuzen “in staat zijn onze Goddelijke Meester op doeltreffende wijze aan het volk voor te houden en de missie waardig en vruchtbaar te volbrengen”[x].

 

Alleen op die manier zullen zij in staat zijn “zich in de werkelijkheid vast te bijten” en te weten hoe zij die doeltreffend kunnen veranderen door haar te onderwerpen aan Jezus Christus, zoals het specifieke doel van ons Instituut vereist.

  • Ten tweede is het de Thomistische metafysica die ons helpt om niet in de lucht te slaan[xi], dat wil zeggen, die ons in staat stelt om een effectieve bijdrage te leveren, zodat het geloof vlees wordt in het leven en de cultuur van de mensen[xii].

 

Daarom streven de leden van het Instituut van het Mensgeworden Woord ernaar te leren denken over de werkelijkheid - uitgaande van de Heilige Thomas zelf, in dialoog en polemiek met hedendaagse problemen en denkers - om die op een steeds creatievere manier aan anderen bekend te maken, zonder dat dit betekent dat zij “compromissen sluiten met de geest van de wereld”[xiii]. Deze taak is nu absoluut noodzakelijk, gezien het progressivisme dat de Kerk teistert “als gevolg van het gebrek aan kritiek en onderscheidingsvermogen ten aanzien van de moderne filosofieën en het aannemen van het beginsel van immanentie”[xiv].

Wij geloven daarom dat de metafysica van het zijn, een dynamische metafysica die een volledige en globale opening naar de hele werkelijkheid mogelijk maakt, tot aan Hem die alles vervolmaakt, samen met een christocentrische spiritualiteit en theologie de twee instrumenten zijn om de sociale werkelijkheid in het licht van het evangelie te lezen en onze bijdrage te leveren aan de inculturatie van het Evangelie.

Dit vastbijten in de werkelijkheid heeft een grote invloed op ons pastoraal werk, want de leden van het Instituut wijden zich, naast vele andere activiteiten, aan de prediking van de authentieke Geestelijke Oefeningen (zonder ooit te vergeten dat de essentie daarvan vooral ligt in bekering en juiste keuzes); aan volksmissies (waarbij gestreefd wordt naar de bekering van zondaars); aan catechetisch onderwijs, waarbij er altijd naar gestreefd wordt de zielen te leiden tot de kennis en de liefde van de levende Jezus Christus, enzovoort.

Kortom, uit hetzelfde feit dat God mens werd zonder op te houden God te zijn, leren wij, leden van het Instituut van het vleesgeworden Woord, in de wereld te zijn, “zonder van de wereld te zijn”[xv]. We gaan de wereld in om haar te bekeren en niet om haar na te bootsen. Wij gaan de cultuur en de culturen van de mensen binnen, niet om hen te worden, maar om hen te genezen en te verheffen met de kracht van het Evangelie, door op analogische wijze te doen wat Christus deed: “Hij onderdrukte het duivelse, nam het menselijke aan en deelde het goddelijke eraan mee”[xvi].

Zo wordt “zich vastbijten in de werkelijkheid” niet-onderhandelbaar als het gaat om het evangeliseren.

 

[i] Vgl. Aantekeningen van het V Generaal Kapittel, 4.

[ii] Constituties, 231.

[iii] Vgl. Vita Consecrata, 79: “Door zich met een dergelijke gezindheid toe te leggen op het bestuderen en begrijpen van de andere culturen, zullen de godgewijden beter de echte waarden daarvan kunnen onderkennen, en inzien hoe zij deze kunnen aanvaarden en met behulp van hun eigen charisma vervolmaken”.

[iv] Vgl. Directorium van Spiritualiteit, 51.

[v] Vgl. P. Carlos Buela, IVE, El Arte del Padre, Deel III, h. 14.

[vi] Vgl. Tweede Vaticaanse Concilie, Ad Gentes, 3: Heilige Athanasius, Ep. ad Epictetum 7: PG 26,1060; Heilige Cyrillus van Jeruzalem, Catech. 4,9: PG 33,465; Marius Victorinus, Adv. Arium 3,3: PL 8,1101; Heilige Basilius, Epist. 261,2: PG 32,969; Heilige Gregorius van Nazianzen, Epist. 101: PG 37,181; Heilige Gregorius van Nicea, Antirreheticus, Adv. Apollin. 17: PG 45,1156; Heilige Ambrosius, Epist. 48,5: PL 16,1153; Heilige Augustinus, In Ioan. Ev. tr. 23,6: PL 35,1585; CChr. 36,236.

[vii] Constituties, 254; 257; op.cit. vgl. Joh. 1, 14.

[viii] Aantekeningen van het V Generaal Kapittel, 4.

[ix] Ibidem.

[x] Zalige Paulus Manna, Virtudes Apostólicas, Rondschrijfbrief nr. 6, 15 september 1926.

[xi] Vgl. 1 Kor. 9, 26.

[xii] Vgl. Directorium voor de Evangelisatie van de Cultuur, 248.

[xiii] Directorium van Spiritualiteit, 118.

[xiv] Directorium voor de Grootseminaries, 324 en vgl. Constituties, 220.

[xv] Vgl. Joh. 17, 14-16.

[xvi] Zalige Beatus Isaac van Stella, Sermón 11; PL 194, 1728.

bottom of page